Welke regels gelden vanaf 2004

Welke regels gelden vanaf 2004 
niemand weet het op moment –                   

Een groot aantal wetten die per 1 januari 2004 moeten ingaan zitten in de pijplijn. Echter, alvorens de wetten realiteit kunnen worden, zijn er parlementaire hordes die genomen moeten worden. Zoals u weet hebben wij in Duitsland de “Bundestag” (vergelijkbaar met de Tweede Kamer) en de “Bundesrat”, de vertegenwoordigers van de deelstaten.

Hoewel door de grondwet nimmer zo bedoeld, moeten de “Bundestag en de “Bundesrat” het over steeds meer wetten eens worden alvorens deze in werking kunnen worden gesteld.

Probleem: in de “Bundestag” hebben SPD en Grüne de meerderheid en zit de CDU/CSU en de FDP in de oppositie. Laatstgenoemde hebben echter in de “Bundesrat” de meerderheid. Het gevolg is dat de direct gekozen meerderheid van de “Bundestag” door de oppositie via dit dualisme feitelijk in haar regeringsfunctie wordt beperkt.

Reden genoeg om u – in het kort – met het Duitse staatsrecht nader vertrouwd te maken.

“Einspruchgesetze”

De grondwet gaat er in de regel van uit dat een wet een “Einspruchgesetz” is. In dit geval heeft de “Bundesrat” over het algemeen het recht tegen de wet “Einspruch einzulegen”. Wil hij dat doen, dan moet hij van tevoren de “Vermittlungsausschuss anrufen”. Een “Einspruch” van de “Bundesrat” kan de “Bundestag” met absolute meerderheid, dat is de meerderheid van zijn leden, terugwijzen. Dit betekent dat de “Bundestag” via een nieuwe stemming de weerstand van de “Bundesrat” kan overwinnen en de wet kan doorzetten.

“Zustimmungsgesetze”

In bepaalde gevallen schrijft de grondwet echter de toestemming van de “Bundesrat” voor en geeft hem derhalve een vetorecht. Weigert de “Bundesrat” zijn toestemming dan kan de “Bundestag”, zelfs als alle afgevaardigden (ook die van de oppositie) ermee instemmen, de wet niet tot stand brengen.

Als “Zustimmungsgesetz” wordt een wet aangezien, die belangen van de deelstaten in belangrijke mate aantast. Dit kan het geval zijn als de wet uitwerking op de financiën van de deelstaten heeft of als het in bijzondere mate de “Vollzugskompetenz” of de organisatie van overheidsinstanties (van de deelstaten) aantast.

Gezien het feit dat de meeste “Bundesgesetze” niet door de “Bund” maar door de “Länder” worden uitgevoerd (art. 83 van de grondwet) verzorgen de “Länder” ook de ambtelijke organisatie en de ambtelijke procedures. Gevolg: zodra de “Bund” bepaalde regelingen hieromtrent wil treffen, heeft hij de toestemming van de deelstaten nodig.

“Vermittlungsverfahren”

Bij de “Einspruchgesetzen” is alleen de “Bundesrat” gerechtigd en voor “Einspruch” ook verplicht de “Vermittlungsausschuss” in te roepen. Bij “Zustimmungsgesetzen” hebben naast de “Bundesrat” ook nog de “Bundestag” en de “Bundesregierung” dit recht. Vereist is uiteraard dat een wet in eerste instantie door de “Bundestag” is aangenomen.

“Vermittlungsausschuss”

De “Vermittlungsausschuss” is een gremium dat bestaat uit leden van de “Bundestag” en de “Bundesrat”. Hij bestaat uit 16 afgevaardigden van de “Bundestag” die volgens de sterkte van de fracties proportioneel worden benoemd en 16 leden van de “Bundesrat” (elke deelstaat benoemt dus een lid van de “Ausschuss”). Belangrijk is dat de door de deelstaten afgevaardigde leden niet gebonden zijn aan opdrachten door de deelstaatregering(en). Het voorzitterschap van de “Ausschuss” wisselt per kwartaal tussen een lid van de “Bundestag” en een lid van de “Bundesrat”.

De zittingen van de “Vermittlungsausschuss” zijn strikt vertrouwelijk. De notulen worden op z’n vroegst na vijf jaar ter inzage vrijgegeven. Dit systeem is ingevoerd, omdat de leden anders niet in staat worden geacht om tot compromissen te komen, omdat zij door hun deelstatenregering en/of politieke partijen onder druk zouden kunnen worden gezet.

Uiteindelijk wordt dus zo een groot aantal wetten door een club van 32 mensen bepaald die (ook achteraf) amper aan een democratische controle zijn onderworpen.

Welke wetten liggen op het moment in deze “Vermittlungsausschuss”?

  • “Rentenerhöhung”
  • “Maßnahmen zur Stabilisierung des Rentenbeitrages auf 19.5%”
  • “Erhöhung Tabaksteuer”
  • “Brücke zur Steuerehrlichkeit”
  • “Vorziehen der Steuerreform”
  • “Subventionsabbau”
  • “Gemeindefinanzreform”
  • “Novellierung der Handwerksordnung”
  • “Reform des Kündigungsschutzgesetzes”
  • “Verkürzung der Bezugsdauer von Arbeitslosengeld”
  • “Umbau der Arbeitsämter (Hartz III)”
  • “Zusammenlegung von Arbeitslosen- und Sozialhilfe (Hartz IV)”