Bouwrecht Zandkastelen en waarom zij blijven staan

Bouwrecht

Zandkastelen en waarom zij blijven staan

De zomertijd is een moment bij uitstek om over de belangrijke vragen des levens na te denken. Duitsers graven kuilen op Nederlandse stranden en bouwen zandkastelen. Echter, waarom blijven sommige zandkastelen staan en zakken andere in elkaar (onafhankelijk van de nationaliteit van de bouwer)?

Het antwoord is simpel. Het watergehalte bepaalt de standvastigheid. Met droog zand houdt geen kasteel stand. Echter, te veel water is ook schadelijk. Het gaat dus om de juiste menging.

Laat ons eens wetenschappelijk bekijken wat er gebeurt:
Water maakt zand nat. Zodoende kunnen tussen de zandkorrels zogenaamde capillaire bruggen ontstaan. De aldaar actieve oppervlaktespanning houdt de zaak tezamen. Hoe meer verbindingen van een zandkorrel naar de buren worden geleid, des te stabieler is de oppervlaktespanning. Voegt men te veel water toe, dan worden de bruggen zo groot, dat zij met buren samensmelten. Gevolg: de algehele, in het gebouw aanwezige wateroppervlakte en de daarmee stabiliserende werking van de oppervlaktespanning neemt weer af.

Wat is nu de ideale mengverhouding? Dit hangt af van de vorm van de zandkorrel. Zijn de korrels rond dan is 1 tot 5 % water ideaal, het maximum ligt bij ca. 10 % water. Zijn de korrels echter poreus of lopen zij spits toe, dan kan ook meer water nodig zijn.

U ziet dat het bouwen van een zandkasteel feitelijk een wetenschappelijke activiteit is, die over het algemeen haar toeristisch element uitsluitend aan het feit ontleent dat de wetenschapper een zwembroek draagt.